|
Opvulkolom |
![]() Dit is een sfeerfoto |
||||||
|
Adres
postadres: postbus 10000
|
Home | Links | Sitemap | Disclaimer | Inloggen | |||||||
Gemert
De geschiedenis van het korps Gemert......In 1924 werd in Gemert voor het eerst officieel een korps aangesteld. Het kreeg de zorg over de kernen Gemert, Handel en Elsendorp. De Mortel had toen zelf een motorspuit, die door enkele leden bemand werd. Na de 2e wereldoorlog werd de post opgeheven en kwam het verzorgingsgebied bij de Gemertse brandweer.
Voertuigen
In 1962 kreeg het korps twee nieuwe voertuigen: een Daf 1600 tankautospuit en een Commer manschappen/ materieelwagen.
In 1978 werden deze vervangen door twee Magirus Deutz type 170 D11 tankautospuiten. In 1994 werd één van de Magirussen vervangen door een Daf 75 tankautospuit en in 1996 werd de tweede Magirus vervangen door een Dennis Rappier XL tankautospuit.
Wedstrijden
Pyromaan
In locale, regionale en landelijke bladen verschenen in de loop van het jaar 1970 krantenkoppen als: ‘ Er waart een pyromaan door Gemert’. Na een aanvankelijk nog mislukte poging begon een reeks van vijf fikse brandstichtingen. In de nacht van 8 op 9 mei 1970 brandde de houten achtklassige Michaëlschool aan de St. Annastraat tot de grond toe af. Twee pogingen tot brandstichting werden daarna geconstateerd bij de eveneens houten Levensschool. Deze was gehuisvest in de voormalige Latijnse school aan het Frans Brugske. In de nacht van 16 op 17 juni bleef het niet bij een poging tot brandstichting. Het hele schoolcomplex moest eraan geloven. Er zijn nog steeds brandweerlieden die zich om deze brand zitten te verbijten. Op de locatie aangekomen stond alleen nog maar een zijvleugel in brand. Maar het lukte toch niet om de rest te behouden. De dubbele zoldering speelde hen parten. In de kortste keren leek het wel alsof het hele Frans Brugske in brand stond. Cees van de Vossenberg: ‘De hitte was zo groot dat de ruiten halfvloeibaar uit de sponningen zakten!’ In diezelfde tijd ging ook in Handel een noodschool in vlammen op, waarna de pyromaan wel moest overstappen van semi-permanente houten scholen op een andere categorie van brandbare objecten. In de nacht van 26 op 27 september 1970 was de houten en met riet gedekte woning van brandweerman Willy Seijkens het doelwit. Deze woning was gelegen tegenover de nog zwartgeblakerde resten van de Latijnse school. Nauwelijks een maand later, in een nacht van zondag op maandag, werden twee boerderijen vrijwel tegelijkertijd in lichterlaaie gezet. De eerste melding kwam rond drie uur voor een boerderij aan de Dribbelhei, de tweede nauwelijks een uur later voor een boerderij aan de Heuvel. Weer een uur later werd een molotovcocktail op het trottoir voor de zaak van brandweercommandant Hendriks in de Kerkstraat gegooid. De rijkspolitie van Gemert en van Eindhoven, én de technische recherche in Den Bosch werkten nauw samen om een aanknopingspunt te vinden in de speurtocht naar de identiteit van de dader. Er werd een man gearresteerd maar die moest na verhoor weer worden vrijgelaten. De wildste geruchten deden de ronde in het dorp…
Mensen waren bang. De schrik zat er goed in. Volgens de krant liepen honderden boeren ’s nachts te waken rond schuren en bedrijfsgebouwen. Op de vijfde avond na de laatste brand ging de telefoon bij de commandant van de brandweer. De dochter des huizes nam die op en kreeg te horen dat ‘een hij’ op termijn heel Gemert in brand zou steken en dat er om te beginnen weer twee boerderijen aan de beurt waren. De hele bevolking van Gemert zat in spanning af te wachten wanneer de volgende brand uit zou breken. Van de pyromaan werd nooit meer iets vernomen.
Eenwording met slachtoffer Cees van de Vossenberg: ‘Ernstige ongelukken zijn vaak ellendige momenten. De burgemeester heeft ons wel eens gevraagd of we daarvoor geen professionele opvang nodig hebben. Maar tot nu toe doen we het zelf. We blijven nog een tijd in de kazerne en bepraten met een glas erbij wat we hebben meegemaakt. Nee, dat doen we niet in de kroeg. Daar kunnen we echt geen publiek bij gebruiken!' 31 mei 1996 was een zwarte dag voor de brandweer.
Dichterbij: Het wás de auto van Paul! Op de plaats naast de bestuurder zag Henk iets van Frank. Het kon niet! Dàt kòn gewoon niet. Hij wendde zich af, rukte de helm van zijn hoofd, smeet die in het weiland, en kroop in de bermsloot, het hoofd in zijn handen… Toen kwamen zijn maten. Die vonden ook dat dàt niet kon. Maar het was wel zo. Iedereen was aangeslagen. In overleg met de GGD werd de brandweer van Beek en Donk om hulp gevraagd. Henk wilde naar huis, hij moest het gaan vertellen. Aan Jeanne. Paul en Frank: Twee jongens van negentien. Met elkaar bevriend vanaf het moment dat ze konden lopen. Het hele korps kende Paul. Hij was lang lid van de jeugdbrandweer en kwam met vader vaak mee als slachtoffer bij oefeningen. Henk was oefenleider. De avond tevoren was Paul er nog bijgeweest. Met een Gemertse ploeg in Helmond. Jong, belangstellend en vol plannen voor de toekomst. In Gemertse brandweerkringen bleef het lang stil. |
||||||||